Vallende kwartjes

Wetenschap lijkt ingewikkeld en moeilijk te doorgronden. Toch bestaan er verhalen die wetenschap in één keer duidelijk maken., pareltjes die ineens het kwartje doen vallen. Dit is een bloemlezing van zulke pareltjes, geselecteerd door twee wetenschappers die ook zelf getuigen van helder taalgebruik. De wetenschap toegankelijk gemaakt, voor iedereen die verder wil kijken dan het abstracte.

Eerste Pagina

Hoe begin je een boek dat je met zijn tweeën gemaakt hebt, en waarin je alletwee het liefst direct een persoonlijk verhaal vertelt? Om te laten zien hoe betrokken en bevlogen je bent over het onderwerp. Je zou één van de twee verhalen zo kunnen vertellen alsof je het samen hebt beleefd. Maar dat voelt een beetje gekunsteld. “We waren ooit bij de kapper…” terwijl wij nooit samen bij de kapper zijn geweest. Je zou de persoonlijke verhalen kunnen overslaan maar dat is jammer.  Of je kunt één persoonlijk verhaal kiezen en even aangeven wiens verhaal het is. We kozen voor het laatste. En dat zullen we in deze bloemlezing vaker doen.

Ik (Bas) zat een tijdje geleden in een kleine radiostudio in Hilversum. Om iets te vertellen over een boek dat ik geschreven had. Het hoort er een beetje bij: als er een boek uitkomt maak je een rondje langs “de media”. Ik was pas aan het eind van het programma aan de beurt en kon rustig meeluisteren met de andere items. Die stuk voor stuk over hiphop gingen.

De host van het programma was een hiphopper, zijn gesprekspartners waren hiphoppers, en alle andere mensen in de studio idem dito. “Zit ik hier wel goed?” Vroeg ik me af. Mijn boek ging niet over hiphop en op vragen als “Wat is de relatie tussen biologie en hiphop?” was ik niet voorbereid. Tussen de hiphop-plaatjes door kwamen verschillende mensen telkens even de studio in. Joviaal “aanrakerig” met de programma-host via gebaren die ik nooit gebruik. Zoals “The Box”.

“Wat doe ik hier?” Vroeg ik me af. “Weet die knul iets af van dat boekje dat ik geschreven heb?” Waarop het lampje van mijn microfoon begon te branden en het korte interview begon.

“Zo Bas. Dus jij hebt een boekje geschreven?”

“Jawel.”

“Ik heb dat eens doorgelezen en ik zie veel van de ideeën terug van Richard Dawkins. Klopt dat?”

“Uh… ja!”

“Bioloog in Oxford. Vooral bekend van The Selfish Gene uit 1976. Susan Blackmore lees ik er ook in terug. En Daniel Dennett. Die ken je vast wel. Verbonden aan Tufts in Boston. Interessante man.”

Hoe wist deze hiphopper van een jaar of twintig dit allemaal? Hij had precies gelijk: Dawkins, Dennett en Blackmore waren inderdaad inspiratiebronnen. Hij kende hun onderzoeksthema’s, het onderlinge verband tussen die thema’s, en de relatie tussen hen en mijn interesses. Was-ie uitzonderlijk goed gebrieft? Had hij colleges over Richard Dawkins en consorten gevolgd?

“Heb jij hun boeken gelezen?” Vroeg ik na het programma. Nog steeds een beetje verbaasd.

“Ben je gek man. ‘Tuurlijk niet. Ik lees hier een daar een achterflap. Wat korte alinea’s. Kernachtige anekdotes uit hun boeken. Of ik kijk kleine stukjes uit colleges via youtube. Als je de juiste fragmenten kiest, dan valt het kwartje ook wel hoor.”

Andere boeken