De ijzeren wil

Dat computers intelligente machines zijn merken we dagelijks; en konijnen – of dieren in het algemeen – zijn meestal ook niet op hun achterhoofd gevallen. Toch lijkt ‘t alsof er een speciaal plekje is voor ons; de mens. De intelligentste van allemaal. Veel mensen hebben het gevoel dat wij iets extra’s hebben ten opzichte van dieren en machines: een ziel, bewustzijn, of een wil. Maar is dit gevoel terecht?

De IJzeren Wil gaat over kunstmatige intelligentie en over de filosofische vragen die daaraan gerelateerd zijn. De IJzeren Wil geeft niet per se antwoorden, maar laat wel zien hoe je op een intelligente manier met zulke vragen om kan gaan. Speels, en met voorbeelden uit het dagelijks leven.

 

Eerste Pagina

Wanneer je sciencefictionfilms en -boeken moet geloven, dan wordt de aarde over een tijdje overspoeld met kunstmatige wezens. Stalen monsters met computers in hun hoofd die het niet al te best met ons voor hebben. Gelukkig duurt dat volgens die films nog wel een tijdje en maken wij de strijd tussen de wezens van vlees en bloed en de ijzeren machines niet meer mee.

Het onderwerp van die films is natuurlijk vooral spectaculair en geeft aanleiding tot mooie effecten, maar is niet gebaseerd op een werkelijke verwachting. We weten niet hoe de wereld er over honderd jaar uitziet, en als we het denken te weten, dan weten we het waarschijnlijk fout. Maar toch komt het idee van de robot die zelfstandig kan handelen en denken ook niet helemaal uit de lucht vallen. Er is de afgelopen decennia namelijk nogal wat gebeurd op het gebied van de machine, en in het bijzonder op het gebied van het machinebrein: de computer.

Was een beetje computer in de jaren vijftig van de vorige eeuw zo groot als een huis, en kon het aardig staartdelingen maken; tegenwoordig verslaat een computer ter grootte van een pakje sigaretten bijna ieder mens in de ultieme denksport schaken. Tel daar nog eens vijftig jaar bij op, en je begint je af te vragen wat voor superbrein straks in een pakje sigaretten past. Het is niet uit te

sluiten dat kunstmatige wezens uitgerust met dergelijke superbreinen in de toekomst voor onprettige verrassingen gaan zorgen. Maar gelukkig, als we de films ook hierin moeten geloven, overwinnen wij de machines uiteindelijk wel weer.

Het blijven tenslotte maar machines. Zielloze apparaten die programma’s afdraaien, maar als het erop aankomt toch net iets missen. Computers zijn bijzondere machines; wij zijn nog een tikkeltje bijzonderder. Vinden we. Wij kunnen denken, wij doen dingen met een bedoeling, we hebben een wil, we kunnen van elkaar houden, we ervaren emoties. Bovendien zijn we ons van onszelf bewust. Allemaal zaken waarvan het de vraag is of een machine het ooit zal kunnen. En dat is precies het onderwerp van dit boek.

Andere boeken